Schaufenster (I)

So in Schaufenster zu gucken, wem mache das nicht Vergnügen? Flüchtig nascht man mit dem Blick Schokolade.
Hier interessieren dich Hüte, dort Krawatten, anderswo Wiener und Frankfurter Würste. Schönstes erhält man mitunter gratis, wie zum Beispiel den Anblick von Abbildungen nach berühmten Meistern.
Appetitlich liegen Veilchensträusschen mit ihrem klugen Violett neben Orangen. Unsere Augen verschaffen uns eine Menge Freuden.
In Antiquitätenläden sind Schweizerschlachten ausgestellt. Man staunt, wie's da bös zuging. Die Möglichkeit, das Leben von der besseren Seite zu geniessen, muss mit Anpacken erstritten werden.
Ich nehme Nahrhaftes wahr, wie Emmenthaler und Gruyerzer Käse.
Modegeschäfte deuten aufs vorteilhafte Äussere hin. Gut gekleidet sein kann nie schaden. Ass ich nicht schon oft in einer Bäckerei an der Aarbergergasse ein Äpfelmütschli?
Kaffeestuben locken den Eilenden mit Schekeli und Pfannkuchen. Korsetts und so weiter aufmerksam anzuschauen, ist nicht fein für einen Herrn. Einem Journalisten aber wird's erlaubt sein.
Mädchennastüchli sind allerliebst bestickt. Um eines Taschentuches willen machte Othello seiner Frau eine Szene.
Früh schon wurde mir gesagt, Schuhe habe man Damen nicht zu schenken; sie kauften sich solche schicklicherweise selbst.
Juwelierläden glitzern mit Ringen, Spangen und Halsketten. Papeterien halten dir die Nützlichkeit vor Augen, hie und da mal einen Brief zu schreiben.
Neulich sah ich bei einem Trödler ein elfenbeinernes Christusbildchen, waagrechte Arme ausstreckend, mit durchlöcherten Füssen.
Hier habe ich wieder einmal nur skizziert; eigentlich wär' ich zu mehr verpflichtet.

(aus der Sammlung "Die Rose", 1924)

Etalages (I)

Zomaar etalages bekijken, wie vindt dat nou niet leuk? Vluchtig snoep je met je blik chocolade.
Hier ben je geïnteresseerd in hoeden, daar in stropdassen, elders in Weense en Frankfurter worsten. Het mooiste krijg je ondertussen gratis, zoals bijvoorbeeld de aanblik van afbeeldingen naar beroemde meesters.
Tuiltjes violen liggen smaakvol met hun eigenwijze violet naast oranje. Onze ogen schenken ons een heleboel vreugde.
In antiekwinkels staan Zwitserse slachtpartijen uitgestald. Je verbaast je erover hoe erg 't er daar aan toeging. De mogelijkheid om van de betere kant van het leven te genieten, moet met daadkracht bevochten worden.
Ik word iets voedzaams gewaar, zoals Emmenthaler en Gruyèrekaas.
Modezaken attenderen je op het belang van een voordelig uiterlijk. Goed gekleed gaan kan nooit kwaad. At ik niet al vaak bij een bakker aan de Aarbergerstraat een appelbroodje?
Koffiehuizen lokken de gehaaste voorbijgangers met cakejes en pannenkoeken. Korsetten en dergelijke aandachtig bekijken is niet chic voor een heer. Maar een journalist is 't wel toegestaan.
Neusdoekjes voor meisjes zijn alleraardigst geborduurd. Omwille van een zakdoek maakte Othello een scène met zijn vrouw.
Al vroeg werd mij gezegd dat je vrouwen geen schoenen cadeau hoort te doen; die kochten zij gevoeglijk zelf wel.
In juwelierszaken liggen ringen, broches en halssnoeren te flonkeren. Papierwinkels houden je de nuttigheid voor ogen om zo nu en dan eens een brief te schrijven.
Onlangs zag ik bij een uitdrager een elpenbenen Christusbeeldje, zijn armen horizontaal uitgestrekt, met gaten in zijn voeten.
Nu heb ik alleen maar weer een vluchtige schets geschreven; eigenlijk voel ik me tot meer verplicht.

vertaling machteld bokhove