Gar nichts

Eine Frau, die nur eben ein wenig wunderlich war, ging in die Stadt, um für sich und ihren Mann etwas Gutes zum Nachtessen einzukaufen. Schon manche Frau hat Einkäufe gemacht und ist dabei nur eben ein wenig zerstreut gewesen. Neu ist also die Geschichte keineswegs; trotzdem fahre ich fort und erzähle, daß die Frau, die für sich und ihren Mann etwas Gutes zum Nachtessen einkaufen wollte und zu diesem Zweck in die Stadt ging, mit dem Kopf nicht recht bei der Sache war. Hin und her studierte sie, was sie wohl für sich und ihren Mann Apartes und Feines einkaufen könnte, da sie aber, wie gesagt, nicht recht bei der Sache war und ein wenig zerstreut war, so kam sie zu keinem Entschluß, und es schien, daß sie nicht recht wußte, was sie eigentlich wollte. "Es mußte etwas sein, das rasch zubereitet ist, denn es ist schon spät, die Zeit ist knapp", dachte sie. Gott! Sie war halt nur eben ein wenig wunderlich und hatte den Kopf nicht recht bei der Sache. Sachlichkeit und Gegenständlichkeit sind ja recht schön. Die Frau hier aber war nicht sonderlich sachlich, sondern eher ein wenig zerstreut und wunderlich. Hin und her studierte sie, kam jedoch, wie gesagt, zu keinem Entschluß. Die Fähigkeit, einen Entschluß zu fassen, ist recht schön. Die Frau hier aber besaß die Fähigkeit nicht. Etwas recht Gutes und Schönes wollte sie für sich und ihren Mann zum Essen kaufen. Zu diesem netten Zweck ging sie ja in die Stadt; aber es glückte ihr einfach nicht, gelang ihr einfach nicht. Hin und her studierte sie. An gutem Willen fehlte es ihr nicht, an guten Absichten fehlte es ihr sicherlich nicht, nur war sie eben ein wenig wunderlich, hatte den Kopf nicht bei der Sache, und daher glückte es ihr nicht. Es ist nicht gut, wenn Köpfe nicht bei der Sache sind, und kurz und gut, zuletzt verleidete es der Frau, und sie ging mit gar nichts nach Hause.
"Was hast du Schönes und Gutes, Apartes und Feines, Vernünftiges und Gescheites zum Nachtessen eingekauft?" fragte der Mann, als er seine hübsche, nette, kleine Frau nach Hause kommen sah.
Sie erwiderte: "Gar nichts habe ich eingekauft."
"Wie ist das zu verstehen?" fragte der Mann.
Sie sagte: "Hin und her studierte ich, kam aber zu keinem Entschluß, weil mir die Wahl zu schwer war. Auch war es schon spät, und die Zeit war knapp. An gutem Willen wie an den allerbesten Absichten fehlte es mir nicht, aber ich war mit dem Kopf nicht recht bei der Sache. Glaube mir, lieber Mann, es ist recht schlimm, wenn Köpfe nicht bei der Sache sind. Es scheint, daß ich nur eben ein wenig wunderlich war, und daher glückte es mir nicht. In die Stadt ging ich, und etwas recht Schönes und Gutes für mich und dich einkaufen wollte ich, an gutem Willen fehlte es mir nicht, hin und her studierte ich, aber die Wahl war schwer und der Kopf war nicht bei der Sache, und daher gelang es mir nicht, und daher kaufte ich gar nichts ein. Wir begnügen uns heute einmal mit gar nichts, nicht wahr. Gar nichts ist am raschesten zubereitet und macht jedenfalls keine Magenbeschwerden. Solltest du mir deswegen böse sein? Ich kann das nicht glauben."
So assen sie denn ausnahmsweise oder abwechslungsweise einmal gar nichts zu Nacht, und der gute brave Mann war auch keineswegs böse, dazu war er zu ritterlich, zu manierlich und zu artig. Ein verdrießliches Gesicht würde er niemals gewagt haben zu machen, dazu war er viel zu gut erzogen. Ein braver Ehemann tut so etwas nicht. So aßen sie denn gar nichts und waren beide sehr zufrieden, denn es mundete ihnen ausnahmsweise ausgezeichnet. Die Idee seiner Frau, einmal mit gar nichts vorlieb zu nehmen, fand der brave Gatte ganz reizend, und indem er überzeugt zu sein behauptete, daß sie einen entzückenden Einfall gehabt habe, heuchelte er die größte Freude, womit er freilich verschwieg, wie sehr ihm ein nahrhaftes, rechtschaffenes Nachtessen, wie z. B. ein tüchtiger, tapferer Apfelbrei willkommen gewesen wäre.
Noch manches andere würde ihm wahrscheinlich besser geschmeckt haben als gar nichts.

(1917 in "Kleine Prosa")

Helemaal niets

Een vrouw die alleen maar een heel klein beetje zonderling was, ging de stad in om voor zichzelf en haar man iets lekkers voor het avondmaal te kopen. Al heel wat vrouwen hebben wel eens inkopen gedaan en waren dan alleen maar een heel klein beetje verstrooid. Nieuw is het verhaal dus geenszins; desondanks ga ik verder en vertel dat die vrouw, die voor zichzelf en haar man iets lekkers voor het avondmaal wilde kopen en met dit doel de stad inging, niet echt haar aandacht bij de zaak had. Hier en daar bekeek ze, wat ze voor zichzelf en haar man aan bijzonders en heerlijks zou kunnen kopen, maar omdat zij, zoals gezegd, er met haar aandacht niet echt bij was en een beetje verstrooid, kwam zij niet tot een besluit, en het zag er naar uit dat zij niet goed wist wat ze eigenlijk wilde. "Het moet iets zijn dat snel klaar is, want het is al laat, de tijd is krap", dacht ze. Grote God! Zij was gewoon alleen maar een heel klein beetje zonderling en had haar aandacht niet echt bij de zaak. Zakelijkheid en concreetheid zijn natuurlijk heel mooi. Maar deze vrouw hier was niet bijzonder zakelijk, maar eerder een beetje verstrooid en zonderling. Hier en daar bekeek ze wat, kwam echter, zoals gezegd, niet tot een besluit. Het vermogen een besluit te nemen, is heel mooi. Maar deze vrouw hier bezat dat vermogen niet. Iets heel lekkers en smakelijks wilde zij voor zichzelf en haar man te eten kopen. Voor dit mooie doel ging zij immers de stad in; maar het lukte haar gewoon niet, ze slaagde gewoon niet. Hier en daar bekeek ze wat. Aan goede wil ontbrak het haar niet, aan goede voornemens ontbrak het haar al helemaal niet, ze was alleen maar een heel klein beetje zonderling, had haar aandacht niet bij de zaak, en daardoor lukte het haar niet. Het is niet goed als zaken geen aandacht krijgen, en kort en goed, uiteindelijk had de vrouw er genoeg van, en ging ze met helemaal niets naar huis.
"Wat heb je voor smakelijks en lekkers, bijzonders en heerlijks, uitgekiends en verstandigs voor het avondmaal gekocht?" vroeg haar man toen hij zijn leuke, mooie, bescheiden vrouw thuis zag komen.
Zij antwoordde: "Ik heb helemaal niets gekocht."
"Hoe moet ik dat begrijpen?" vroeg haar man.
Zij zei: "Hier en daar bekeek ik wat, maar ik kwam tot geen enkel besluit, omdat de keuze me te zwaar viel. Het was ook al laat, en de tijd was krap. Zowel aan goede wil als aan de allerbeste voornemens ontbrak het mij niet, maar ik had mijn aandacht niet echt bij de zaak. Geloof me, beste man, het is heel erg als zaken geen aandacht krijgen. Het ziet er naar uit dat ik alleen maar een heel klein beetje zonderling was, en daarom lukte het mij niet. Ik ging de stad in, en ik wilde iets heel smakelijks en lekkers voor mezelf en jou kopen, aan goede wil ontbrak het me niet, hier en daar bekeek ik wat, maar de keuze viel zwaar en mijn aandacht was er niet bij, en daarom slaagde ik niet, en daarom kocht ik helemaal niets. Wij nemen vandaag voor één keer genoegen met helemaal niets, nietwaar. Helemaal niets is het snelste klaar en geeft in ieder geval geen maagklachten. Ben je daarom boos op me? Dat kan ik niet geloven."
Zo aten zij dan bij uitzondering of ter afwisseling voor één keer 's avonds helemaal niets, en de goede, brave man was ook geenszins boos, daarvoor was hij te edelmoedig, te welgemanierd en te hoffelijk. Een chagrijnig gezicht trekken zou hij nooit durven, daarvoor was hij veel te goed opgevoed. Een brave echtgenoot doet zoiets niet. Zo aten zij dan helemaal niets en waren beiden heel tevreden, want het smaakte hen bij uitzondering voortreffelijk. Het idee van zijn vrouw, voor één keer helemaal niets voor lief te nemen, vond haar brave man heel aantrekkelijk, en door te beweren ervan overtuigd te zijn dat zij een schitterende inval had gehad, veinsde hij de grootste vreugde, waarmee hij weliswaar verzweeg hoezeer een voedzaam, behoorlijk avondmaal, zoals bijv. een degelijke, stevige appelmoes hem welkom was geweest.
Zelfs heel wat anders had hem waarschijnlijk nog beter gesmaakt dan helemaal niets.

vertaling machteld bokhove