Ein Vorbildlicher

Einer meiner Mitschüler war schon als Knabe furchtbar ehrbar. Wir übrigen achteten ihn gering; seine Folgsamkeit war uns zuwieder. Auch war kaum Fleisch an ihm; vor Dürre schien er durchsichtig; ging einher wie ein Stöckchen, entsetzlich manierlich und zierlich. Zu Streichen war er nicht zu brauchen. Über andere, zum Beispiel über Grüring, der über das Gedicht "Firdusi" stolperte, konnte man lachen. Jener aber gab nicht zum leisesten Gelächter Anlass. Er war daher kaum vorhanden, obgleich seine Schmächtigkeit genug auffiel, worin er nach dem Höchsten zu streben schien. Seine Eltern wohnten im Neuquartier. Der Vater war Notar; dieMutter geizte im Zeigen körperliche Fülle so lebhaft wie ihr Muster von Sohn. Die Erinnerung an seine Gesetztheit schmerzt mich. Dürfen wir Menschen so uninteressant sein? Wie machten uns die Witze eines Schülers lachen, der als Schlingel galt und den dies Renommee nicht hinderte, ein braver Mann zu werden. Er benimmt sich heute, als hätte er nie etwas Übermütiges im Sinn gehabt. Der andere wurde für seine Fehllosigkeit gezüchtigt. Gott macht sich aus menschlicher Unsträflichkeit nicht viel. Was gaben uns nicht die sogenannten Dummen für fortgesetzte Unterhaltung. Bedankten wir uns bei ihnen dafür? Nein; aber wir hatten sie lieb, wir achteten sie, ohne das sie uns imponierten. Sie galten etwas; indes der nichts als Strebsame von uns wie ein Fremder empfunden wurde. Wie garstig ist's, so einwandfrei zu sein. Nach längerer Abwesenheit in die Stadt zurückkehrend, die mich aufwachsen sah, vernahm ich, dass er Missgeschick erlebt habe. Sein Steigen brachte ihn zu Fall, und die gute Meinung, die er bei seinen Mitbürgern genoss, fiel mit ihm hin. Sind nicht auch Treffliche treffbar?

(aus der Sammlung "Die Rose", 1924)

Een voorbeeldig iemand

Een van mijn medescholieren was als jongen al vreselijk deugdzaam. Wij overigen hadden weinig respect voor hem; zijn volgzaamheid stond ons tegen. Er zat ook nauwelijks vlees aan hem; van schraalheid leek hij doorzichtig; lopen deed hij kaars rechtop, ontzettend welgemanierd en elegant. Voor grappige streken was hij niet te gebruiken. Over anderen, bijvoorbeeld over Grüring die struikelde over het gedicht "Firdusi", kon je lachen. Maar hij gaf niet de minste aanleiding tot gelach. Hij was daarom nauwelijks aanwezig, ofschoon zijn spichtigheid, waarin hij naar het uiterste leek te streven, opvallend genoeg was. Zijn ouders woonden in de nieuwbouwwijk. Zijn vader was notaris; zijn moeder was zeer zuinig in het tonen van haar zwaarlijvigheid, net zo fanatiek als haar voorbeeldige zoon. De herinnering aan zijn bezadigdheid doet me pijn. Kunnen wij mensen zo oninteressant zijn? Wat moesten wij lachen om de grollen van een scholier die voor slungel doorging en die door deze reputatie niet verhinderd werd een brave man te worden. Hij gedraagt zich tegenwoordig alsof hij nooit iets overmoedigs in de zin heeft gehad. Die ander werd voor zijn volmaaktheid getuchtigd. God geeft niet veel om menselijke onberispelijkheid. Wat boden de zogenaamde sufferds ons niet voortdurend vermaak. Bedankten wij hen daarvoor? Nee; maar wij hielden van hen, wij hadden respect voor hen, zonder dat zij ons imponeerden. Zij betekenden iets; terwijl die louter ambitieuze door ons als een vreemde werd ervaren. Wat is 't walgelijk om zo foutloos te zijn. Toen ik na langere afwezigheid terugkeerde in de stad die mij had zien opgroeien, vernam ik dat hem een ongelukkig lot beschoren was. Zijn hoge vlucht had hem ten val gebracht, en de goede positie die hij bij zijn medeburgers genoot, was met hem weggevallen. Zijn voortreffelijken niet ook trefbaar?

vertaling machteld bokhove