Die einzige

Ich kenne eine bedeutende Angedichtete, die nicht dichtet, aber ein Gedicht ist, was für einen Dichter viel bedeutet. Ist man frech zu ihr, so hat sie bloss ein herrliches Verwundern. Ich habe sie schon ein paar Mal besungen, doch einstweilen ungenügend. Sie jagte mich weg; ich habe darüber fröhlich gelacht, als wenn sie mir eine Nacht bewilligt hätte, die den Dichter kalt lässt, da ihm seine Phantasie ihre Glieder längst zu sehen erlaubte. Nie werd' ich nachher wieder lieben. Sie machte mich zum Kind, das die Erde anstaunt, in die schönste Unterweisung geht und Gott verehrt. Ihre Schuhe sind nicht besonders wundervoll. Ich liebe aber schon die Serviette, womit sie tändelt. Ich darf sie nicht wiedersehen und bin dennoch glücklich, dürfte es eigentlich nicht sein. Ich wurde unverschämt bei ihr weil ich in ihrer Gegenwart zitterte und weil ich Überlegenheit vortäuschen wollte und dieses Zittern, diese Liebe blöde fand und beinah hasste. Aber fern von ihr, kose, spiele ich mit ihr, hüpfe wie ein Verrückter, wie ein dummer Bub. Ich könnte sie zirka vier Jahre lang vergessen; dann würde alles neu über mich kommen. Entzückend, dies zu wissen! Was ein Mädchen für eine Macht hat, hätte ich nie vorher gedacht. Alle Treue und was sonst Gutes in mir ist, sinkt am Kleide der einzigen nieder. Ich bin munter, wie sonst nur frühmorgens: doch ist's Mitternacht; ich schreibe dies auf, als gäbe ich's niemand zu lesen.

(Entstanden um 1924/25)

De enige

Ik ken een betekenisvol onderwerp van gedichten, dat niet dicht, maar een gedicht ís, wat voor een dichter veel betekent. Als je ondeugend tegen haar doet, dan is ze één en al heerlijke verwondering. Ik heb haar al een paar maal bezongen, maar voorlopig ontoereikend. Ze jaagde me weg; ik heb daar vrolijk om gelachen, alsof ze had toegestemd in een nacht met mij, die deze dichter koud laat, omdat zijn fantasie hem al lang haar ledematen had laten zien. Nooit zal ik hierna nog liefhebben. Zij maakte een kind van mij, dat de aarde aangaapt, het beste onderricht geniet en God vereert. Haar schoenen zijn niet uitzonderlijk mooi. Maar ik houd wel van het servet waar zij gedachteloos mee speelt. Ik mag haar niet terugzien en ben toch gelukkig, zou het eigenlijk niet kunnen zijn. Ik werd onbeschaamd tegenover haar omdat ik in haar bijzijn beefde en omdat ik superioriteit wilde voorwenden en dit beven, deze liefde idioot vond en bijna haatte. Maar ver van haar verwijderd vrij ik, speel ik met haar, dartel ik als een krankzinnige, als een dom jochie. Ik zou haar circa vier jaar lang kunnen vergeten; dan zou alles opnieuw over mij heen komen. Verrukkelijk om dit te weten! Wat een macht heeft een meisje, dat had ik van tevoren nooit kunnen bedenken. Alle trouw en wat er verder nog aan goeds in mij zit, zakt langs de jurk van deze enige naar beneden. Ik ben vrolijk, zoals anders alleen maar 's ochtends vroeg: maar 't is middernacht; ik schrijf dit op alsof ik 't niemand te lezen zou geven.

vertaling machteld bokhove