Hinrichtungsgeschichte

Eine Mansarde veranlasste ihn, unfassbar jung zu sein, und eine ungemein nette Frau, die ihm hie und da eine Süssigkeit anbot, verführte ihn zum Verfassen eines Buches, das als entsetzlich bezeichnet wurde, weil es den Ernst der Zeit unberücksichtigt liess. Weil das Werk von berückender Lustigkeit war, nannte man es ein Verrücktheitserzeugnis, und in der Tat fiel eine nicht unangesehene Bürgerstochter leblos hin, als sie's las, indem sie sich über seinen Inhalt totlachte. Sorgfältig erzogene Jünglinge, denen das Machwerk zu Gesicht kam, lösten sich vor Erstaunen über dessen sprachlos machende Tendenzlosigkeit in so viel Atemlosigkeit auf, dass sie zerfielen. Einst besass er einen Freund, der ihm zu sagen Anlass genommen hatte, er werde zu erfolglosen Erfolgen gelangen, und infolge eines erfolgreichen Misserfolges werde man ihn zum Nachmittagstee einladen und gleichzeitig kaputt zu machen für unerlässlich erachten. Jetzt schienen diese Ankündigungen in Erfüllung zu gehen, denn mit der trockenen Aufforderung, er möge mit ihnen gehen, traten Maskierte in sein zärtlich vom Schimmer des Sonnenscheins durchglänztes Juwel von Zimmer. Da es sich um Personen handelte, die die Pflicht übernommen hatten, für sein Begleitetwerden zu haften, verhafteten sie ihn, und indem er den Raum verliess, worin er manchen Kuchen in die Öffnung beförderte, die ihn glauben machte, sie sei sein Mund, rief er theatralisch aus: "Nie seh ich dich wieder!"
Ein Literaturgericht, wie sich's unerbittlicher nicht leicht zusammensetzen lassen konnte, verknurrte ihn zum Tode, wonach sich eine Zuhörerin beeilte, zu verstehen zu geben, sie wünsche den Fabrikanten von in jeder Hinsicht verwerfenswerten Geistesprodukten zu ihrem Gemahl zu ernennen.
Der Tribunalist hielt ihr Begehren für zulässig. Er war ein Lebemann, in dessen Augen sterben und heiraten auf ungefähr ein und dasselbe herauskamen. Welch schönen Blick sie besass! Indem der Gegenstand ihrer Wahl jedoch in entscheidender Stunde ein ganzer Mann sein zu sollen glaubte, lehnte er, wenn auch denkbar artig, die reizend anerbotene Anlehnung an ihn ab, worauf die in Frage kommende Figur in ein "Ach" ausbrach, als wolle sie über ihre Enttäuschung jubeln und über ihren vergeblichen Versuch, ihn zu umarmen, klagen. Sah es nicht aus, als liebte sie ihn erst jetzt, wo ihr dies anscheinend nichts mehr nützte?
Schon wurden auf der Galerie Taschentücher in Bereitschaft gehalten, der zum Tode Verurteilte war seelisch schon tot. Wie ein schwaches Licht aus weiter Ferne schaute ihn sein ihm bereits fremd gewordenes Dasein an.
"Führt diesen Sünder auf einem Gebiet, auf dem keine Unstatthaftigkeiten vorkommen zu können scheinen, mit einer Promptität, die geeignet zu sein imstand ist, der interessanten Verehrten, deren gefühlvollen Zustand ich zu respektieren verstehe, die Haltung wiederzugeben, an die sie, wie ich mich nicht noch lang und breit zu überzeugen nötig haben werde, gewöhnt ist, ab", sprach mit geradezu prächtiger beruflicher Standhaftigkeit der die Dinge im Verhandlungsgemach Leitende, eine Anordnung, die die Diensttuenden keinen Augenblick anzuzweifeln Anlass hatten und daher ungesäumt befolgten.
Die Hochherzige wurde auf zarte Art, da sie Atemübungen dringend zu benötigen schien, in die Annehmlichkeiten der frischen Luft hinausgetragen. Ein zufällig Vorübergehender verliebte sich aufs unvorhergesehenste in die wunderbaren Anblick Darbietende.
Während sich der Richter mit strahlender Vergnügtheit in seinem keineswegs unluxuriösen Heim zu Tisch setzte, um sich die ihm anmutig servierte Suppe schmekken zu lassen, schmeckte dem seidenfeinen Übeltäter die Enthauptung bestens.
Auf dem Weg zu derselben war ihm, er sei leicht wie Flaum.
Vielleicht rechtfertigt eine Hinrichtungszeichnung von Rembrandt, die mir irgendwann vor die Augen kam, diese übrigens vermutlich höchstens insofern wertvolle als belachenswerte Geschichte.

(Entstanden um 1928)

Terechtstellingsverhaal

Een mansarde bood hem de gelegenheid onvoorstelbaar jong te zijn, en een buitengewoon aardige vrouw, die hem zo nu en dan een lekkernij aanbood, verleidde hem tot het schrijven van een boek dat als vreselijk gekarakteriseerd werd omdat het de ernst van het tijdsgewricht buiten beschouwing liet. Omdat het werk van een aanstekelijke vrolijkheid was, noemde men het een product van zotternij, en inderdaad viel een niet ongeziene burgerdochter levenloos neer, toen zij 't las, door zich over de inhoud ervan dood te lachen. Keurig opgevoede jongelui, die dit broddelwerk onder ogen kregen, vervielen van verbazing over de sprakeloos makende strekkingsloosheid in zo'n grote ademloosheid dat ze eraan gingen. Ooit bezat hij een vriend die het zich permitteerde tegen hem te zeggen dat hij succesloze successen zou boeken en dat men hem als gevolg van een succesvolle mislukking 's middags voor de thee zou uitnodigen en het absoluut noodzakelijk zou achten hem tegelijkertijd kapot te maken. Nu leken deze verkondigingen werkelijkheid te worden want met de droge aanmaning met hen mee te gaan, betraden gemaskerde mannen zijn juweel van een kamer die glansde in de zachte gloed van de zonneschijn. Aangezien het om personen ging die de plicht van verantwoordelijkheid voor zijn begeleiding op zich genomen hadden, namen zij hem in hechtenis, en terwijl hij het vertrek verliet, waarin hij heel wat gebakjes door de opening naar binnen had gevoerd waardoor hij geloofde dat het zijn mond was, riep hij theatraal uit: "Nooit zal ik je terug zien!"
Een literatuurrechtbank, die nauwelijks onverbiddelijker samengesteld had kunnen zijn, veroordeelde hem ter dood, waarna een toehoorster gehaast te kennen gaf dat zij deze fabrikant van in elk opzicht verwerpelijke geestesproducten tot haar gemaal wenste te nemen.
De tribunalist vond haar wens geoorloofd. Hij was een levensgenieter in wiens ogen sterven of trouwen ongeveer op hetzelfde neerkwam. Wat had ze mooie ogen! Doordat het voorwerp van haar keuze evenwel meende dat hij op het beslissende tijdstip een man uit één stuk zou zijn, wees hij, weliswaar zo beleefd mogelijk, de hem allerliefst aangeboden steun af, waarop het betreffende personage in een "Oh" uitbrak, alsof ze over haar teleurstelling wilde juichen en over haar vergeefse poging hem te omhelzen, wilde jammeren. Zag het er niet naar uit dat zij hem nu pas liefhad, nu het voor haar waarschijnlijk niets meer uithaalde?
Op de galerij werden reeds zakdoeken in gereedheid gehouden, de ter dood veroordeelde was psychisch reeds dood. Als een zwak schijnsel uit een ver verschiet keek zijn voor hem al vreemd geworden bestaan hem aan.
"Leid deze zondaar op een terrein waarop ontoelaatbare daden niet lijken te kunnen voorkomen, de zaal uit, met een promptiteit die gevoeglijk de aangewezen weg is om deze interessante dame - wier gevoelvolle toestand ik weet te respecteren - haar normale zelfbeheersing terug te geven, ter overtuiging waarvan ik niet lang en breed meer nodig zal hebben", sprak degene die met werkelijk voortreffelijke beroepsmatige standvastigheid de zaken in de zittingsruimte leidde, een maatregel, die de dienstdoenden geen ogenblik in twijfel meenden te hoeven trekken en daarom terstond opvolgden.
De nobele werd, omdat zij dringend aan ademhalingsoefeningen toe leek te zijn, op voorzichtige wijze de geneugten van de frisse buitenlucht ingedragen. Een toevallige voorbijganger werd totaal onverwacht verliefd op de aanstichtster van dit wonderbaarlijke schouwspel.
Terwijl de rechter met stralende vergenoegdheid in zijn geenszins onluxueuze woning aan tafel ging om zich de aantrekkelijk opgediende soep te laten smaken, smaakte de zijdezachte misdadiger de onthoofding opperbest.
Op weg daarheen had hij het gevoel dat hij zo licht was als een veertje.
Misschien rechtvaardigt een terechtstellingstekening van Rembrandt, die mij eens onder ogen kwam, dit overigens vermoedelijk hooguit door zijn lachwekkendheid waardevolle verhaal.

vertaling machteld bokhove